|
Bibracte |
|
Nederlandse rondleidingen op Bibracte.
Bij de Nederlanders is Bibracte heel wat minder bekend dan bij de Fransen. Bijna alle Fransen kennen Bibracte. Voor hen is het de stad waar hun nationale held Vercingetorix in het jaar 52 vóór onze jaartelling voor het eerst alle Galliërs (lees: Fransen) verenigde. In het museum zijn gecombineerde toegangskaartjes verkrijgbaar voor het museum en de rondleiding boven in Bibracte, in juli en augustus dus dagelijks om 13.30 uur in het Nederlands. Ook zijn er dit jaar van 13 juli tot 17 augustus elke donderdag om 14.30 uur twee uur durende workshops voor jongeren van vijf tot vijftien jaar met als onderwerp “Archeologisch onderzoek naar het Gallische eten”. Onder Nederlandse leiding wordt er graan onder de microscoop bestudeerd, er zijn spelletjes en experimenten en… er wordt geproefd!
In Bibracte had Vercingetorix opgeroepen, samen de Romeinen te weerstaan. Tot dan toe was Julius Caesar erin geslaagd, door een ‘verdeel en heers’-politiek stam voor stam te onderwerpen. Nú zouden ze voor het eerst samenwerken in hun strijd tegen die Romeinen. Die veldslag kwam er, bij Alesia, waar Vercingetorix door Julius Caesar verpletterend werd verslagen. Caesar trok zich in het jaar 52 vóór onze jaartelling terug in zijn winterkwartier… in Bibracte.
Zo’n 800 jaar vóór het begin van onze jaartelling, als het klimaat kouder wordt, gaan Kelten, die aanvankelijk als vrij kleine stam in centraal Europa woonden op zoek naar een milder klimaat. Ze trekken naar het westen. Uiteindelijk zouden hun verschillende stammen in een brede band van (het huidige) Hongarije tot in Schotland en Ierland wonen. Een enkele stam, de Galaten waren in de tijd van de brieven van de apostel Paulus zelfs in Klein-Azië gevestigd. De Kelten hebben hun geschiedenis niet schriftelijk overgeleverd, want schrijven was taboe voor ze. Al wat we aan geschriften over ze hebben is afkomstig van de Grieken, die hen ‘hoi Keltoi’, de Kelten noemden, òf van de Romeinen, die de term ‘Galli’, Galliërs gebruikten. Sinds de 19e eeuw wordt de term ‘Galliërs’ gebruikt voor de Keltische stammen ten zuidwesten van de Rijn, in Nederland, België, Frankrijk, Zwitserland en Noord-Italië, maar met name voor die binnen de grenzen van het huidige Frankrijk .
De Kelten bouwden vaak uitgestrekte, versterkte steden, in het Latijn ‘oppida’ genoemd. Eén van die steden was het rond 120 jaar voor onze jaartelling gestichte Bibracte. Het was de hoofdstad van de rijke stam der Haedui. Dit was een machtige, rijke stam, die leefde van de opbrengst van een belangrijke rivier-handelsroute. Hier ontspringt namelijk zowel de Saône, die via de Rhône in de Middellandse Zee uitkomt, als de Loire die naar de Atlantische kust stroomt, terwijl de Yonne, via de Seine een verbinding vormt met de Kanaalkust.
In het jaar 58 v.C. houdt Julius Caesar hier de stam van de Helveten tegen, die naar het westen, naar de Atlantische kust wilde trekken. Hiermee begint de oorlog van de Romeinen tegen de Kelten, de door Julius Caesar beschreven ‘Gallische Oorlog’, die erin zal eindigen dat na de slag bij Alesia alle Gallische stammen onderworpen zijn.
Zo’n zestig jaar later was Bibracte een spookstad geworden. De huizen, of het nu houten Gallische hutten waren of stenen Gallo-Romeinse villa’s, werden verlaten en de bewoners trokken naar het 25 kilometer verder gelegen Autun. Dat was rond het begin van onze jaartelling door de Romeinen onder de naam ‘Augustodunum’ gesticht aan de grote Romeinse heerbaan van de Middellandse Zee naar de Kanaalkust. Bibracte vervalt tot ruines. Eerst tegen 1220 duikt de naam Bibracte weer op in verbasterde vorm, wanneer er wordt gesproken van de grote markten die jaarlijks op de Mont Beuvray worden gehouden. Een overblijfsel van de commerciële activiteiten van de oude stad? Of wellicht pas ontstaan in de ook elders economisch opbloeiende dertiende eeuw? We weten het niet. In de eeuwen daarna is de eerste woensdag in mei getuige van een grote drukte op deze verder verlaten berg. Tegen 1400 wordt er nog wel bij een bron op zo’n tachtig meter onder de top van de berg een franciscaner klooster gebouwd op de fundamenten van een Romeins paleis, maar ook dit klooster zal verdwijnen, tijdens de woelingen van de Franse revolutie aan het einde van de achttiende eeuw.
Weer is de berg verlaten. Eerst in de tweede helft van de 19e eeuw zal een rijke wijnkoopman uit Autun, Jacques-Gabriel Bulliot, met steun van de Franse keizer Napoleon III beginnen met opgravingen, later opgevolgd door zijn neef, de ‘beroeps’-archeoloog, Joseph Déchelette. In 1907 worden de opgravings-werkzaamheden stopgezet en pas in 1985 weer hervat. Vanaf 1988 zal de president van Frankrijk, François Mitterand, die ook burgemeester van Château-Chinon was de werkzaamheden steunen, wat in 1996 leidt tot de bouw van museum en onderzoekscentrum.
Zo’n 800 jaar vóór het begin van onze jaartelling, als het klimaat kouder wordt, gaan Kelten, die aanvankelijk als vrij kleine stam in centraal Europa woonden op zoek naar een milder klimaat. Ze trekken naar het westen. Uiteindelijk zouden hun verschillende stammen in een brede band van (het huidige) Hongarije tot in Schotland en Ierland wonen. Een enkele stam, de Galaten waren in de tijd van de brieven van de apostel Paulus zelfs in Klein-Azië gevestigd. De Kelten hebben hun geschiedenis niet schriftelijk overgeleverd, want schrijven was taboe voor ze. Al wat we aan geschriften over ze hebben is afkomstig van de Grieken, die hen ‘hoi Keltoi’, de Kelten noemden, òf van de Romeinen, die de term ‘Galli’, Galliërs gebruikten. Sinds de 19 eeuw wordt de term ‘Galliërs’ gebruikt voor de Keltische stammen ten zuidwesten van de Rijn, in Nederland, België, Frankrijk, Zwitserland en Noord-Italië, maar met name voor die binnen de grenzen van het huidige Frankrijk . De Kelten bouwden vaak uitgestrekte, versterkte steden, in het Latijn ‘oppida’ genoemd. Eén van die steden was het rond 120 jaar voor onze jaartelling gestichte Bibracte. Het was de hoofdstad van de rijke stam der Haedui. Dit was een machtige, rijke stam, die leefde van de opbrengst van een belangrijke rivier-handelsroute. Hier ontspringt namelijk zowel de Saône, die via de Rhône in de Middellandse Zee uitkomt, als de Loire die naar de Atlantische kust stroomt, terwijl de Yonne, via de Seine een verbinding vormt met de Kanaalkust. In het jaar 58 v.C. houdt Julius Caesar hier de stam van de Helveten tegen, die naar het westen, naar de Atlantische kust wilde trekken. Hiermee begint de oorlog van de Romeinen tegen de Kelten, de door Julius Caesar beschreven ‘Gallische Oorlog’, die erin zal eindigen dat na de slag bij Alesia alle Gallische stammen onderworpen zijn.Zo’n zestig jaar later was Bibracte een spookstad geworden. De huizen, of het nu houten Gallische hutten waren of stenen Gallo-Romeinse villa’s, werden verlaten en de bewoners trokken naar het 25 kilometer verder gelegen Autun. Dat was rond het begin van onze jaartelling door de Romeinen onder de naam ‘Augustodunum’ gesticht aan de grote Romeinse heerbaan van de Middellandse Zee naar de Kanaalkust. Bibracte vervalt tot ruines.Eerst tegen 1220 duikt de naam weer op in verbasterde vorm, wanneer er wordt gesproken van de grote markten die jaarlijks op de Mont worden gehouden. Een overblijfsel van de commerciële activiteiten van de oude stad? Of wellicht pas ontstaan in de ook elders economisch opbloeiende dertiende eeuw? We weten het niet. In de eeuwen daarna is de eerste woensdag in mei getuige van een grote drukte op deze verder verlaten berg. Tegen 1400 wordt er nog wel bij een bron op zo’n tachtig meter onder de top van de berg een franciscaner klooster gebouwd op de fundamenten van een Romeins paleis, maar ook dit klooster zal verdwijnen, tijdens de woelingen van de Franse revolutie aan het einde van de achttiende eeuw.Weer is de berg verlaten. Eerst in de tweede helft van de 19 eeuw zal een rijke wijnkoopman uit Autun, Jacques-Gabriel Bulliot, met steun van de Franse keizer Napoleon III beginnen met opgravingen, later opgevolgd door zijn neef, de ‘beroeps’-archeoloog, Joseph Déchelette. In 1907 worden de opgravings-werkzaamheden stopgezet en pas in 1985 weer hervat. Vanaf 1988 zal de president van Frankrijk, François Mitterand, die ook burgemeester van Château-Chinon was de werkzaamheden steunen, wat in 1996 leidt tot de bouw van museum en onderzoekscentrum.
|
|
|
|